Gebruikt in verfilming van 'The Blue Max'

Ook dit toestel werd gebruikt door de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog. De bouw startte in 1918 en het was de opvolger van de Albatros D.Va.
Op het moment van de wapenstilstand waren er ongeveer 700 toestellen operationeel. De geallieerden hadden zulk een ontzag voor dit ontwerp, dat in de akte welke de wapenstilstand bezegelde, uitdrukkelijk vermeld werd dat alle Fokker D.VII's aan de geallieerden moesten overgedragen worden. Na de wapenstilstand werden deze toestellen massaal ingepikt door de geallieerden.

Het eerste vliegtuig dat ooit werd ingeschreven in het Belgisch civiel luchtvaartregister was een Fokker D.VII nl de O-BEBE.
Maar ook Stampe opereerde een drietal van deze Fokker D.VII's (waaronder de O-BOBE) vooraleer hij met de productie van zijn eigen toestellen startte.

Onze Fokker D.VII werd gebouwd door Rousseau Aviation in Frankrijk voor gebruik in de film 'The Blue Max'. Het kreeg de franse civiele kenletters F-BNDF. Nadat het filmen voltooid was, ging het toestel naar Ierland waar het als EI-APV werd ingeschreven.
In Ierland werd het beschadigd tijdens een landingsincident waardoor het niet langer vliegwaardig was. Het vertrok in niet vliegwaardige toestand naar Amerika en kreeg daar een plaats in het Ryder's Replica Fighter museum in Alabama.
Toen het in 2000 naar Europa kwam was het nog steeds in niet-vliegwaardige toestand. Daardoor werd besloten om het toestel een volledige restauratie te geven en het te herschilderen in een Belgisch kleurenschema.
Die restauratie is nu bijna voltooid en hopelijk zal het in de nabije toekomst terug het luchtruim kiezen.

Het is voorzien van een engelse Gipsy Queen motor die 205pk levert.

Enkele beelden van onze Fokker in "The Blue Max'":